21-04-2007 Dagblad van het Noorden

Brenda Frans zingt het verhaal van haar vader op Eem & Weem Festival

interviewDoor Illand Pietersma
Foto door Corné Sparidaens

In 'Janee-zee, guerilia-Bos' vertelt de Groningse zangeres Brenda Frans in een muitimediavoorstelling het verhaal van haar vader, Willy Frans, exKNIL-militair en nu Alzheimer-patiënt. "Dit verhaal is uniek en nog nooit op deze manier gebracht."

GRONINGEN In 2002 ging jazzzangeres Brenda Frans voor een studiereis naar de Verenigde Staten. Aangekomen op het vliegveld van New Orleans dacht ze aan haar vader, die in 1951 als ,gevluchte KNIL-strijder en als verstekeling vanuit de Molukken op een koude, winderige kade in Rotterdam aankwam. "Ik voelde me vreemd en ver van huis. Hier waren de slaven uit Afrika in Amerika aangekomen. Hier was de oorsprong van de jazz. Dat weet iedereen. Maar wat wist ik nou van de Molukse geschiedenis? Waar kwam onze muziek vandaan?"

Ze móest haar moeder bellen. "Ik vroeg haar meteen het verhaal van mijn vader op te schrijven. Ach, dat kon later toch wel, zei ze nog. Nee. Nu." Niet zo lang daarvoor was er Alzheimer geconstateerd bij Willy Frans, in Groningen beter bekend als judoleraar 'sensai' Frans. "Een van de ziektebeelden is dat er veel dingen uit het verleden bovenkomen. Over vroeger werd thuis nooit gepraat. Alleen over hoe mooi 'ons Indië' toch altijd was. En nu wilde mijn vader steeds meer gaan vertellen, maar kon hij het bijna niet meer."

De Ambonees Willy Frans is overlevende van de Jappenkampen, waaruit hij via het rioleringsstelsel ontsnapte. Hij diende vanaf zijn zestiende bij het KNIL (Nederlands-Indisch leger) dat tegen de Indonesiërs vocht. Toen in 1949 de soevereiniteit van Indië aan die Indonesiërs werd overgedragen, vreesden vele Molukkers en knillers voor hun leven.

De voorstelling van de zangeres is verno emd naar de twee officieren die een belangrijke rol in Frans' leven speelden. "Mijn vader vocht onder Bos. Toen hun strijd verloren was, riep Bos: 'ieder voor zich en god voor ons allen.' Iedereen moest zichzelf maar redden. De Friese officier Janee heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat mijn vader als verstekeling aan boord van het laatste schip naar Nederland kon vluchten."

De Molukse geschiedenis heeft Brenda Frans altijd al beziggehouden. "Ik wil weten waar mijn liefde voor meerstemmige zang vandaan komt; mijn liefde voor koken, de gastvrijheid. Acht jaar geleden, toen op Ambon de oorlog tussen moslims en christenen hevig woedde, was ik er te emotioneel voor. Nu valt alles op zijn plaats."

Zelf is ze nooit op Ambon geweest. "De gelegenheid heeft zich nooit voorgedaan. Het liefst zou ik er met mijn vader heen gaan. Hij heeft het nooit gezegd. Maar ik denk dat hij altijd hartstikke bang was om als ex-kniller alsnog doodgeschoten te worden. En nu hij Alzheimer heeft, is het te laat om nog terug te keren."

De voorstelling is een mengeling van film, theater, Molukse liedjes, jazz en soul. Frans werkt daarbij samen met scriptschrijverjustus van Oel en scenarist jan Boiten, die de beelden verzorgde. "Toen zij de door mijn moeder opgetekende geschiedenis lazen, begrepen zij het meteen. Films en liedjes lopen steeds in elkaar over, zoals nu flarden herinneringen bij mijn vader bovenkomen."

Is het verhaal van haar vader niet té persoonlijk om over het voetlicht te brengen? "Nee. De voorstelling gaat over Alzheimer in het algemeen. En ook veel Molukkers zullen zich er in herkennen. Dit is uniek. Ik wilde eens af van dat Tante Lien-gehalte, dat altijd maar één kant belicht: het 'mooie Indië' en altijd die nederigheid en gedienstigheid van Molukkers tegenover blanken. Daar moeten we echt mee ophouden. Ik vertel een verhaal waar ik me nou eens senang bij voel."