"About the love for the good things in life."
Brenda Frans op Eem & Weem Festival
Zangeres Brenda Frans (1966) is een Groningse met Molukse roots. Ze is er nooit geweest, maar Ambon laat zich soms gelden. In een voorkeur voor trommels, een liefde voor meerstemmige zang en de stem van Nat King Cole, die net zo zong als haar vader. Er waren ook eigen liedjes, die maar moeilijk waren te plaatsen. Die nummers kregen pas een plek, toen ze haar ouders naar hun verhaal vroeg.
Verhaal en muziek komen tezamen in '…janee-zee, guerilla-bos'. Een voorstelling met live muziek en multimedia performance, die zaterdag in première gaat in Huis de Beurs, als onderdeel van het Eem & Weem Festival. Liedjes van nu spelen met filmbeelden uit het verleden. De mengeling van Molukse traditionals, jazz, soul en gamelan vertelt over trouw, heimwee, overleven, doorgeven, ontwikkelen en over een KNIL-militair, die in 1951 'terugkeerde naar een vaderland waar hij nog nooit was geweest'.
Frans: "Er zijn in die tijd duizenden Molukse gezinnen vertrokken. Wat mij intrigeert op die oude zwartlwit filmpjes is hun bagage. Ze namen koffers mee, koffers vol hoop om ooit weer terug te gaan. Wat zat er in, wat namen zij mee? Zo'n kist lag ook bij ons op zolder. Ik haal die kist uit de zee en uit die kist haal ik van alles."
Multimedia
De gebeurtenissen van toen worden niet bezongen in 'weeïge' Indische liedjes, maar in eigentijdse composities in een eigentijdse vorm. Het script is van Justus van Oel. Scenarist Jan Boiten en Frans zochten bijbehorende beelden, terwijl de tekst werd ingesproken door Roger Goudsmit. De zangeres wordt zaterdag begeleid door Peter Krako, Henri Sopacua en Marlon Daniël.
Het concert is gebaseerd op een oude Molukse sage, de Batu Badaun. Die gaat over een moeder met twee kinderen. Als ze voor enige tijd het oerwoud in moet, om voedsel te zoeken, laat ze een grote vis achter. Die mogen ze helemaal opeten, behalve kop en staart. Die zijn voor haar als ze terugkomt. Als de moeder terugkeert, blijkt alles opgegeten. De vrouw weet dan dat de kinderen haar vergeten zijn, keert terug naar de wildernis en vraag de berg Batu Bandaun om zich voor haar te openen, haar te verzwelgen. "Een prachtige sage. Bedwelmend. Enerzijds het symbool van de totale wanhoop, anderzijds is het de loop der dingen dat de zorg ophoudt als Idnderen zichzelf kunnen redden. De vrouw voelt zich verdomd alleen, zoals alleen een vrouw dat kan voelen. Omdat ze een vrouw is."
Greep
Na de Japanse bezetting probeerde Nederland zijn greep op Indië weer te herstellen. Veel Molukkers vochten mee in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Ze werden door de nationalisten van Soekarno gezien als verraders en moesten vluchten. In ons land werden ze beschouwd als 'een ander soort Nederlanders'. Erkenning kwam er niet of nauwelijks en een weg terug was er niet.
De vader van Frans meldde zich als zestienjarige bij de KNIL en moest Indonesië als verstekeling verlaten. In 1951 stond hij op de winderige, koude Rotterdamse Lloydkade, met als doel: overleven in Nederland. Dat lukte. Hij werd verliefd op een Hollandse vrouw. "Mijn ouders zijn mensen uit twee culturen. Daartussen bestond een grote kloof Samen werden ze een brug. Dat intrigeert."
De gebeurtenissen van vroeger waren traumatisch. Er is heel lang niet over gepraat. Maar haar Molukse achtergrond liet zich niet wegdrukken. "Ik doe dingen, ik zie dingen. Dat komt ergens vandaan. Daar wilde ik over weten. Ik wilde weten wat er echt gebeurd was. Uit nieuwsgierigheid, leergierigheid en omdat ik de liefde voor de dingen die mij het goede in het leven geven, wilde bewaren. Schrijf het nou eens op, heb ik gezegd. Nu het nog kan. Dat hebben ze gedaan, op twee A4-tjes."
